Bas Heijne schreef in De Standaard dat The Odyssey een verhaal over eer is. Hij heeft daarin geen ongelijk: de Odyssee behandelt, naast pakweg honderd andere thema's, inderdaad ook eer. Maar voor Heijne is dit thema het belangrijkste, want volgens hem is het precies waarom The Odyssey een goede film is. Heijne verklaart dat hij nog nooit over eer had nagedacht, en een film die je doet nadenken over iets waar je niet eerder bij stilstond, is sowieso de moeite waard. Hiermee meent Heijne alle negatieve kritiek op The Odyssey te weerleggen: deze film is een kunstwerk want hij zet aan tot originele reflectie.
Erg solide is deze argumentatie niet: het algemene oordeel over de film steunt nu volledig op een criterium dat verschilt per individuele kijker. Neem mij nu: ik had al wél over eer nagedacht (het is een courant thema in klassieke literatuur) en deze film bracht mij op dat vlak niets bij. Mag ik hem dan wél slecht vinden? Maar laat ons niet te diep ingaan op de intellectuele gebreken van Heijnes redenaties, daarvoor is het thema eer te interessant. Kijken wij dus naar The Odyssey en wat die ons daar over vertelt.
Nolans Odysseus, zo zien wij, lijdt aan een posttraumatische stressstoornis na de inname, plundering en verwoesting van Troje. Als bedenker van de list met het houten paard, acht hij zich verantwoordelijk voor het geweld waarmee de val van de stad gepaard ging. Voor Nolan is die list bovendien een schending van een ethische en religieuze code, en nog meer: ze luidt het einde van een politieke orde in, met nog meer oorlog als gevolg. De bedenker van het paard van Troje gaat dus gebukt onder een drievoudige schuld.
Wanneer Odysseus tien jaar later thuiskomt in Ithaka, blijkt zijn paleis te worden bevolkt door een meute ongemanierde aanbidders van zijn vrouw. Odysseus' oplossing hiervoor is, ook bij Nolan, het uitmoorden van al deze aanbidders. Een moordenaar kan in Nolans film echter geen koning zijn, en Odysseus gaat dan ook in ballingschap. Hij moet boeten voor zijn zonden in Troje en Ithaka. Odysseus heeft zijn eer verloren en moet daarvoor een prijs betalen, aldus Nolan, die hiermee lof van Heijne oogst.
Goed. Bekijken wij nu de Odysseus van Homeros: als koning is Odysseus per definitie, in de wereld van Homeros, een geweldige krijger, en krijgers moeten eer behalen op het slagveld. Dat de val van Troje de verantwoordelijkheid van Odysseus is, maakt van hem de allergrootste held van de hele oorlog. Bij Homeros heeft Odysseus daar dan ook niet de minste spijt van: het allereerste wat hij doet wanneer hij de smeulende ruïnes van Troje achter zich heeft gelaten, is nóg een stad innemen en plunderen.
En voor de aanbidders van zijn vrouw is er maar één oplossing: de dood. Zij hebben met hun schandelijk gedrag immers Odysseus' eer aangetast. Daarmee werkt Odysseus zich ook bij Homeros in de problemen (hij lokt een burgeroorlog uit, die alleen door rechtstreeks ingrijpen van de goden voorkomen wordt), maar dat hoort ook zo: niets is een held meer waard dan zijn eer. Liever een burgeroorlog dan een ongewroken belediging.
Nolan heeft dus een radicaal ander begrip van eer dan Homeros. Bij Nolan is Odysseus' aandeel in de val van Troje een smet op zijn eer; bij Homeros strekt zijn aandeel in de val van Troje hem tot eer. Bij Nolan tast de moord op de vrijers Odysseus' eer aan; bij Homeros herstelt de moord op de vrijers Odysseus' eer. Maar het hoeft geen probleem te zijn dat Nolans interpretatie van Odysseus lijnrecht tegen tegen Homeros ingaat. De Odyssee heeft in de loop der eeuwen tientallen schrijvers geïnspireerd en sommige van de meeste afwijkende versies zijn op hun beurt uitgegroeid tot klassieke verhalen. Wat wel een probleem is, is hoe halfslachtig Nolan deze keuze maakt.
De krijgersidentiteit van Odysseus zit zo diep in het epos verweven, dat het een enorme opgave zou zijn om de held-met-spijt zijn decennium aan avonturen te laten beleven zonder leugens en geweld. Het zou een heel ander verhaal worden, maar dat wou Nolan blijkbaar niet. Hij wou het klassieke verhaal, met de klassieke scènes, maar met een moderne moraal. Dat dat niet kan, blijkt overduidelijk in de finale, wanneer Odysseus alle vrijers doodt.
Hoewel hij flink heeft gesleuteld aan veel beroemde episodes van de Odyssee, heeft Nolan dit bloedbad relatief getrouw overgenomen. Het is de iconische apotheose van het hele epos, ook in Nolans film, maar hoe houdt dat nog steek? Waarom zou een Odysseus die spijt heeft van zijn gewelddaden, die zich schuldig voelt over zijn leugens en listen, waarom zou zo'n man vermomd zijn eigen paleis binnensluipen, om in een valstrik tientallen mannen de dood in te jagen?
Bij Homeros is heel duidelijk waarom: de vrijers zijn een smet op de eer van de krijger-vorst en alleen bloed kan die smet wegwassen. Maar bij Nolan is het onbegrijpelijk dat zijn held, verteerd door trauma en schuldgevoel, zo'n slachtpartij opzet en uitvoert. Om het helemaal af te maken, laat Nolan Odysseus dan uithuilen over zijn schuldgevoel bij een begripvolle Athena. Je weet wel: oorlogsgodin Athena, die hem voortdurend geholpen heeft bij de uitvoering van zijn sluwe, moordzuchtige plannen.
Kortom: deze finale raakt kant noch wal voor Nolans Odyssee. Ze is natuurlijk perfect gepast voor Homeros' doortrapte geweldenaar, maar die Odysseus kan Nolan niet gebruiken, want die kan geen pleidooi houden voor oprechtheid en vrede. Maar een schuldbewuste, geweldloze Odysseus, die dat pleidooi wel zou kunnen houden, kan Nolan ook niet gebruiken, want dan kan hij de moordscène niet brengen. Nolan moest Odysseus helemaal herschrijven, maar wou hem helemaal niet herschrijven.
En dus herschreef hij Odysseus een béétje. Genoeg om een moderne zedenpreek te kunnen houden, maar niet zo veel dat hij de beroemde scènes niet meer kan brengen. Daarmee probeert hij het onverenigbare te verenigen; uiteraard faalt hij. Nolans Odysseus is geen triomferende krijger meer, maar hij is ook niet zo afkerig van geweld dat hij geen tientallen mensen meer wil vermoorden. Hij is geen havik en geen duif en ook niet iets tussenin; hij is het één noch het ander; hij is vlees noch vis; hij is niks. Hij is een oppervlakkig en zielloos personage, dat figureert in een incoherent verhaal dat zijn eigen thema's onvoldoende begrijpt. En omdat de Odyssee draait om Odysseus, kan het verhaal niet overeind blijven zonder krachtig ontwikkelde held. Nolans film bevat verschillende goede vondsten en sterke scènes, maar met een slappe Odysseus bezwijkt hij uiteindelijk onder zijn slappe keuzes.
Ziedaar waarom The Odyssey, in weerwil van Heijnes lofprijzing, geen goede film is. Valt helemaal uit te sluiten dat een kijker na het aanschouwen van zo veel slapte tóch nog over eer begint na te denken? Neen, dat valt niet uit te sluiten. Maar dat betekent niet dat The Odyssey een goede film is. Dat betekent slechts dat die kijker daar inderdaad nog nooit over had nagedacht.
Reacties
Een reactie posten